Kennisbank


14 oktober 2020 - Het onderwerp ‘aansprakelijkheid van de assurantieadviseur voor onderverzekering bij opstalschade’ komt met enige regelmaat langs in de rechtspraak. Het betreft een soort aansprakelijkheid met potentieel grote schade tot gevolg. In de meeste gevallen zijn het geschillen waarbij verzekerden met een zakelijke verzekering hun assurantieadviseur aansprakelijk stellen.  

Particulieren en onderverzekering

Voor consumenten die hun particuliere opstal (woonhuis) verzekeren is het relatief eenvoudig om een garantie tegen onderverzekering te krijgen. Vaak hoeft daarvoor alleen een herbouwwaardemeter te worden ingevuld. Hoewel ook over het (verkeerd) invullen van herbouwwaardemeters (met verval van de garantie) discussie kan ontstaan, lijkt deze praktijk te hebben bijgedragen aan een vermindering van het aantal procedures over onderverzekering van woonhuizen na bijvoorbeeld brand (ook tegen de assurantieadviseur). Het onderwerp komt steeds minder voor in de rechtspraak.

Zakelijke klanten en onderverzekering

Ook voor zakelijke klanten is het tegenwoordig eenvoudiger geworden om een garantie tegen onderverzekering te krijgen. Soms bieden verzekeraars een gratis taxatie aan waar vervolgens dan een garantie tegen onderverzekering aan kan worden verbonden.

Maar hoe moet worden gekeken naar de klant die geen gratis taxatie wilde of waar een taxatie (tijdelijk) geen optie was en vervolgens na brand met een onderverzekering wordt geconfronteerd? Kan een assurantieadviseur dan daarvoor aansprakelijk worden gehouden?  

Twee praktijkvoorbeelden

Hierover hebben twee gerechtshoven recent geoordeeld maar met een verschillende uitkomst.

1 - Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 30 juni 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:4937

De assurantieadviseur had de klant aangeboden het pand voor € 230.000 te verzekeren om vervolgens een gratis taxatie met garantie tegen onderverzekering te laten verrichten. De klant had het aanbod afgewezen en de verzekerde som eerst laten vaststellen op € 115.000 en de verzekerde som vervolgens laten verlagen tot € 90.000. Na brand bleek de herbouwwaarde € 162.500 en kreeg de verzekerde maar circa 55% van zijn schade vergoed. 

Het hof oordeelde dat de beslissing om de verzekerde som te verlagen ingegeven leek te zijn door een behoefte om premie te besparen. De offerte van de assurantieadviseur was teruggestuurd met een verzoek de verzekerde sommen (ook voor andere posten) te verlagen, terwijl de verzekerde wist dat een taxatie gratis was en dat daarmee een garantie tegen onderverzekering werd verkregen. De verzekerde had dit bij de zitting nog expliciet erkend. Het hof hecht belang aan deze erkenning op de zitting.

Een andere duidelijke verklaring voor het afwijzen van het aanbod om het pand gratis te laten taxeren ontbrak. Het hof ging dan ook mee in de stelling van de assurantieadviseur dat het aanbod was afgewezen om niet vast te zitten aan een hogere premie en herbouwwaarde. De verzekerde had het risico op onderverzekering daarmee voor lief genomen. 

Het hof wijst daarom de vordering van de klant af met als oordeel dat het causaal verband ontbreekt. Of de klant is gewezen op het risico voor onderverzekering is niet meer relevant, nu vaststond dat de klant daarvan wist.

 

2 - Gerechtshof Amsterdam 9 juli 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:2376

Het aanbieden van een taxatie of adviseren daarvan is niet altijd voldoende om aan te nemen dat de klant is gewezen op het belang van een juiste bepaling van de herbouwwaarde.

Dit blijkt ook uit de tweede uitspraak, van het hof in Amsterdam in een op zekere hoogte vergelijkbare zaak uit 2019.

Een zakelijke investeerder had in 2014 een kantoorpand gekocht voor € 1.000.000 en verzekerd via de assurantieadviseur. In de door de verzekeraar afgegeven offerte stond een garantie tegen onderverzekering, maar dan moest het pand wel worden getaxeerd. Taxatie was opnieuw gratis.

Uit het besprekingsverslag van de assurantieadviseur bleek dat het pand in voorlopige dekking was genomen voor een verzekerde som van € 1.000.000, de koper nog een voorlopige herbouwwaarde zou doorgeven en dat het pand na een verbouwing pas zou worden getaxeerd. Dat zou nog ongeveer een half jaar duren.

Vervolgens is er een polisblad afgegeven met een verzekerde som van € 1.000.000, zonder garantie tegen onderverzekering. De assurantieadviseur heeft tussentijds nog geïnformeerd of de verbouwing al was afgerond, maar dat was toen nog niet het geval. Voordat het gebouw was getaxeerd ontstond brand en bleek het pand ernstig te zijn onderverzekerd. De herbouwwaarde was € 4.750.000 en zonder garantie tegen onderverzekering kreeg de klant dus maar circa 20% van zijn schade vergoed.

Tijdens de zitting bij de rechtbank verklaarde de betrokken assurantieadviseur zich niet te hebben gerealiseerd dat de aankoopwaarde zo kon afwijken van de herbouwwaarde. Dit rekent het hof de adviseur zwaar aan. Het hof stelt centraal dat een assurantieadviseur moet weten dat de aankoopwaarde aanzienlijk lager kan zijn dan de herbouwwaarde van een pand. Zeker in het geval het kantoorpanden betreft die zijn gekocht in een periode waarin als gevolg van de financiële crisis de prijzen voor kantoorpanden aanzienlijk waren gedaald is te verwachten dat de aankoopwaarde een stuk lager ligt dan de herbouwwaarde.

Het hof oordeelt dat in dit geval de assurantieadviseur de klant had moeten waarschuwen voor het risico dat was verbonden aan het verzekeren van het pand voor de aankoopwaarde als herbouwwaarde totdat het pand zou worden getaxeerd. Om die reden moet de assurantieadviseur de schade door onderverzekering vergoeden.

Opmerkelijk is dat het hof in zijn oordeel niet meer terugkomt op de toezegging van de klant om een voorlopige herbouwwaarde door te geven, hetgeen kennelijk niet was gebeurd. Dit aspect lijkt te zijn ondergesneeuwd door de keuze van de assurantieadviseur om bij gebreke daarvan maar aan te sluiten bij de verkoopwaarde in combinatie met de ongelukkige opmerking van de assurantieadviseur ter zitting. Dit had de adviseur van het hof niet zo mogen doen. Toch had het hof hier ook wel een schuldverdeling kunnen toepassen omdat deze klant, een zakelijke investeerder, ook zelf een verantwoordelijkheid heeft. 

Praktische tips

Het waarschuwen voor het risico van onderverzekering bij de verzekering van zakelijke panden behoort onmiskenbaar tot een van de taken van de assurantieadviseur. De vraag wat in dat kader van de assurantieadviseur mag worden verwacht is afhankelijk van alle omstandigheden van het geval.

Bij de aanvraag van verzekeringen van zakelijke panden verdient het aanbeveling om te wijzen op de mogelijkheid van het laten uitvoeren van een taxatie, zeker als daar een garantie tegen onderverzekering aan is gekoppeld. Aan te raden is om de optie om te taxeren ter verkrijgen van een garantie tegen onderverzekering uitdrukkelijk te bespreken en dit vast te leggen in een besprekingsverslag. Het is verder aan te raden om dit onderwerp ook tijdens de looptijd van de verzekering periodiek aan de orde te stellen in gesprekken en dit ook schriftelijk vast te leggen.

Een passende herbouwwaarde kan overigens ook op een andere manier dan via taxatie worden vastgesteld, bijvoorbeeld als de klant zelf over toereikende kennis beschikt om de herbouwwaarde vast te stellen. Het is belangrijk om samen met de klant tot een passende herbouwwaarde te komen en als de klant in goed overleg en na voldoende voorlichting en waarschuwing er voor kiest om bij de aankoopprijs aan te sluiten, zoals in het geval waarover het hof Amsterdam moest oordelen, is het raadzaam om dit goed vast te leggen.  

Tot slot speelden in beide procedures de uitspraken van de betrokkenen (assurantieadviseur en klant) tijdens de zitting bij de rechter een belangrijke rol bij het oordeel van de gerechtshoven. Het gaat er dus bij dit soort zaken niet alleen om wat er op papier staat, maar ook wat partijen tegenover de rechter verklaren.  

Ook het belang daarvan moet niet worden onderschat.

 

Auteur

Martijn Maas (advocaat bij JPR Advocaten)

auteur JPR Martijn Maas