Is bij rijden onder invloed de bestuurder altijd aansprakelijk voor schade die een ander lijdt?

19 maart '25 - Helaas vinden er in ons land, ondanks alle aandacht die daaraan gegeven wordt, nog steeds ongevallen plaats waarin het gebruik van alcohol en andere (geestverruimende) middelen een negatieve rol spelen. De vraag is nu of de bestuurder, als blijkt dat hij voor het ongeval te diep in het glaasje heeft gekeken, ook automatisch aansprakelijk is voor een ongeval en de gevolgen. Dat is in ons recht niet zo. Denk daarbij aan de situatie dat een beschonken bestuurder in zijn auto wacht voor een rood verkeerslicht en van achteren wordt aangereden. Wel kan de bewijslast in sommige andere situaties worden aangepast.

Feit of fabel: Bij rijden onder invloed is de bestuurder altijd aansprakelijk voor schade die een ander lijdt.

 

Wie eist bewijst

In het aansprakelijkheidsrecht is het aan diegene die schade heeft geleden om te bewijzen dat de ander aansprakelijk is voor zijn of haar schade, ‘wie eist bewijst’. In het verkeer gaat het om bijvoorbeeld bewijzen van het negeren van een voorrangsregel waardoor een aanrijding en schade is ontstaan.

Bij een ongeval waarbij blijkt dat er sprake is van het rijden onder invloed kan hiervan worden afgeweken. Dit wordt aangeduid met de zogenaamde ‘omkeringsregel’. Simpel vertaald komt deze regel erop neer dat het feit dat een van de bestuurders met een te hoog alcoholpercentage aan het verkeer heeft deelgenomen al voldoende is om aansprakelijkheid van die bestuurder aan te nemen. Aan die bestuurder dan ook de taak om aan te tonen dat het ongeval ook had plaatsgevonden als er geen sprake zou zijn geweest van alcoholgebruik.

Hoe moreel wenselijk dit ook klinkt; het gaat niet in alle gevallen op.

 

Praktijkvoorbeelden

Bij een (eenzijdig) ongeval werd de omkeringsregel door de Rechtbank Gelderland op 7 maart 2023 toegepast. Hoewel er tal van andere zaken onderwerp waren in deze procedure, concentreren wij ons op de uitspraak over de omkeringsregel. Een scooter raakte bij het oversteken van een spoorwegovergang met het voorwiel in een gat van de overgang. Daardoor viel de scooter en liep de passagier letsel op. De passagier stelde de bestuurder aansprakelijk. De rechtbank was van oordeel dat voldoende vast is komen te staan dat de beginnend bestuurder meer dan de wettelijk toegestane hoeveelheid alcohol in zijn bloed had tijdens het ongeval. Die wettelijke norm (artikel 8 Wegenverkeerswet) heeft tot doel om verkeersongevallen te voorkomen. Omdat dit gevaar zich daadwerkelijk heeft voorgedaan, wordt de omkeringsregel bij dit eenzijdige ongeval toegepast. Met andere woorden: aan (de verzekeraar van) de bestuurder van de scooter was het om aan te tonen dat het ongeval ook zou zijn gebeurd als er geen sprake zou zijn geweest van een te hoog alcoholpercentage. Daarin slaagde de bestuurder niet.

In de procedure bij de Rechtbank Rotterdam op 15 maart 2017 ging het over een aanrijding tussen 2 auto’s waarbij bleek dat de bestuurder van de auto (A) die op dat moment op een voorrangsweg reed, een te hoog alcoholpercentage in zijn bloed had en te hard reed. Deze bestuurder werd in een eerdere procedure strafrechtelijk veroordeeld voor (onder andere) het te hoge alcoholpercentage. Uit onderzoek bleek echter dat de auto (B) die voorrang had moeten verlenen, de auto (A) die op de voorrangsweg reed niet had opgemerkt en dat dit de oorzaak was van de aanrijding. Hierdoor werd de omkeringsregel niet toegepast. De aansprakelijkheid van de bestuurder met het te hoge alcoholpercentage en die daarnaast te hard reed, moest alsnog worden aangetoond.

 

Conclusie

De stelling ’Bij rijden onder invloed is die bestuurder altijd aansprakelijk voor schade die een ander lijdt’ is te stellig. Wel kan de bewijslast worden omgekeerd.

 

Auteur
Hans van der Wouden, Senior specialist verzekeringstechniek

Exception occured while executing the controller. Check error logs for details.