vorkclausule

De Vorkclausule. U heeft het ooit gelezen in de WFT boeken maar wat hield het ook alweer precies in?

Wat is de vorkclausule

De vorkclausule wordt gebruikt bij het verzekeren van (meestal oudere) gebouwen wanneer er bij een totaalschade niet meer op dezelfde wijze of met dezelfde materialen herbouwd zal worden. Door gebruik van de vorkclausule betaalt verzekerde een lagere premie dan wanneer het gebouw op herbouwwaarde verzekerd zou zijn.

Een ander woord voor de vorkclausule is “single loss limit”.

Hoe werkt de clausule?

Bij het gebruik van een vorkclausule staan er 2 bedragen op de polis:

/ Het vorkbedrag (de single loss limit). Dit is het bedrag dat verzekerde denkt nodig te hebben om een ander (goedkoper) gebouw in de plaats van het verzekerde gebouw terug te bouwen. Dit is tevens het maximale bedrag wat zal worden uitgekeerd door de verzekeraar.

/ De herbouwwaarde. Dit is het bedrag wat nodig is om een identiek gebouw met gebruik van dezelfde materialen terug te bouwen.

De premie wordt berekend over het gemiddelde van de twee bedragen. Dit levert een premievoordeel op voor de klant.

Alle partiële (gedeeltelijke) schades waarvan het bedrag lager is dan het vorkbedrag zullen in principe voor het volle bedrag worden uitgekeerd. Daarbij geldt wel een kanttekening. Anders dan bij verzekeren op basis van premier risque is er bij toepassing van de vorkclausule nog wel kans op onderverzekering. Wanneer bij schade blijkt dat de werkelijke herbouwwaarde hoger is dan het bij 2) vermelde bedrag, dan zal de onderverzekeringsregel worden toegepast.

Wanneer wordt er gebruik gemaakt van de vorkclausule?

De vorkclausule kan worden gebruikt wanneer het verzekerde gebouw niet in dezelfde staat terug gebouwd hoeft te worden. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een oude boerderij die uitsluitend nog als woning dient of bij een kantoor in een oud fabriekspand. Na een totaalschade kan worden besloten om een goedkoper gebouw terug te bouwen.

Aandachtspunten vorkclausule

Bij het gebruik van de vorkclausule zijn er een aantal aspecten om rekening mee te houden. Als eerste dient de herbouwwaarde van het verzekerde pand goed vastgesteld te worden, anders is er alsnog kans op onderverzekering.

Als tweede moet het vorkbedrag hoog genoeg zijn om partiële schades van te kunnen betalen, of anders moet er op zijn minst een bedrag voorzien worden om de restanten te slopen en af te voeren. Stel voor dat een oude boerderij met een herbouwwaarde van € 1.500.000,- een vorkbedrag zou krijgen van € 500.000,-. Bij een partiële schade waarbij de helft van de boerderij verloren gaat wordt er € 500.000,- uitgekeerd (mits de herbouwwaarde juist is vastgesteld). Dit bedrag is niet voldoende om de schade te herstellen (de schade bedraagt immers € 750.000,-).

Het bedrag moet dan wel voldoende zijn om de resten van het oude gebouw te slopen en af te voeren en daarna een compleet nieuwe woning te bouwen.