Kennisbank

 

13 november 2019 - Als werkgever wil je jouw werknemers een prettige en veilige werkplek bieden. Dat is ook een verplichting die volgt uit de zorgplicht richting jouw werknemers. Maar geldt dat ook als de werknemer na werktijd nog aanwezig is en er op de werkplek een ongeval plaatsvind?

Niet lang geleden werd er door het Gerechtshof Den Haag in een dergelijke situatie een uitspraak gedaan. In dit artikel zet ik één en ander nog eens uiteen.

Verplichtingen vanuit de wet en regelgeving

Elke werkgever heeft een aantal verplichtingen richting zijn werknemer(s). Zo is hij onder andere verantwoordelijk voor het bieden van een veilige werkplek en een goede gezondheid van zijn werknemers tijdens het verrichten van hun werkzaamheden. Deze verplichtingen van de werkgever zijn geregeld in wetten en regels. De Arbo-wet verplicht bijvoorbeeld dat zaken op de werkvloer, zoals machines, meubilair en gereedschappen aan bepaalde eisen moeten voldoen. Ook het toezien op veiligheidsvoorzieningen en het naleven van veiligheidsinstructies behoren daarbij tot de verplichtingen van de werkgever.

Daarnaast komt vanuit het arbeidsrecht artikel 7:658 BW. Op basis van dit artikel heeft de werkgever een zorgverplichting en is deze aansprakelijk voor schade die een werknemer gedurende werktijden oploopt bij de uitoefening van zijn werkzaamheden. Hierop is alleen een uitzondering mogelijk als de werkgever kan aantonen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan, maar er sprake was van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Ook als bij naleving van de zorgplicht de schade niet voorkomen had kunnen worden kan de werkgever mogelijk onder de aansprakelijkheid uitkomen.

Uitoefening van werkzaamheden

Wil een beroep op artikel 7:658 BW slagen dan moet een werknemer dus schade hebben geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden tijdens werktijd. Dit wordt ook wel als “schade binnen het functionele verband” aangeduid. Er moet verband bestaan tussen het uitoefenen van de werkzaamheden en het oplopen van schade.

De stel- en bewijsplicht ligt hiervoor bij de werknemer omdat een werkgever in principe niet aansprakelijk is voor schade opgelopen buiten de werksfeer en werktijden.

Ongeval buiten werktijd 

Het Hof Den Haag heeft in een uitspraak op 21 mei 2019 (ECLI:NL:GHDHA:2019:1266) bepaald dat de werkgeversaansprakelijkheid ook kan gelden als het ongeval plaatsvindt op de werkplek maar buiten werktijd.

Een caissière bij een supermarkt heeft na het afronden van haar werkzaamheden privé boodschappen gedaan in de supermarkt waar zij werkt. Tijdens het doen van deze boodschappen, na werktijd, glijdt zij uit en komt ten val tegen een inpaktafel. Zij loopt hierbij langdurig letsel op.

De caissière houdt de supermarkt aansprakelijk voor de door haar geleden schade. De werkgever stelt echter niet aansprakelijk te zijn omdat het ongeval buiten haar werktijd plaatsvond.

De kantonrechter is het eens met de werkgever en wijst de vordering van de caissière af. Dit op basis van het feit dat het ongeval niet tijdens de uitoefening van de werkzaamheden zou hebben plaatsgevonden en er geen sprake is van een schending van de zorgplicht (artikel 7:658 BW) van de werkgever. Volgens de kantonrechter is er sprake van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Tegen deze uitspraak gaat de medewerkster in hoger beroep.

Het hof constateert allereerst dat de exacte toedracht van het ongeval niet is komen vast te staan.  Op dat punt stelt het Hof dat een werknemer die op grond van artikel 7:658 lid 2 BW schadevergoeding vordert, wel zal moeten stellen en bewijzen dat er schade is geleden in de uitoefening van de werkzaamheden maar dat niet kan worden verlangd dat zij ook aantoont wat de toedracht of de oorzaak is geweest van het ongeval (Hoge Raad 4 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1430).

Vervolgens stelt het Hof dat de begrippen “werkzaamheden” en “werktijd” ruim uitgelegd moeten worden. Wat vaststaat is dat de caissière na afronding van haar werkzaamheden na sluitingstijd nog boodschappen heeft gedaan. Dat heeft zij gedaan op haar werkplek en vóórdat zij de winkel heeft verlaten. Het hof oordeelt dat deze handelingen zo nauw verband houden met de uitoefening van haar werkzaamheden (op haar werkplek) dat het ongeval gezien moet worden als een ongeval in de uitoefening van haar werkzaamheden. Het hof houdt de  werkgever dan ook aansprakelijk voor het ongeval omdat deze niet aan de zorgplicht van artikel 7:658 BW heeft voldaan.

Val van klant in een supermarkt

Uiteraard kan elke willekeurige klant, die in een supermarkt ten val komt, de supermarkt aansprakelijk stellen op grond van 6:162 BW onrechtmatige daad. Had de caissière dat ook kunnen doen? Bij een beroep op onrechtmatige daad zijn er echter weer andere vereisten. Als iemand een gevaarlijke situatie in het leven roept waardoor een ander letsel oploopt, is deze ook dan niet altijd aansprakelijk.

In het “kelderluik-arrest” ECLI:NL:HR:1965:AB7079 heeft de Hoge Raad 4 criteria omschreven die een rol spelen bij het beoordelen van de aansprakelijkheid in zo’n situatie:

1. Hoe waarschijnlijk is het dat iemand niet de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid in acht neemt?

2. Hoe groot is de kans dat daardoor ongevallen ontstaan?

3. Hoe ernstig kunnen de gevolgen van die ongevallen zijn?

4. Hoe bezwaarlijk is het om maatregelen te nemen ter voorkoming van ongevallen?

Een voorbeeld van een zaak is er één waarbij een klant van een supermarkt onderuit  gaat over een aantal druiven die op de vloer liggen ECLI:NL:GHARN:2009:BH7777. De supermarkt was zich ervan bewust dat de groenteafdeling gemakkelijker vies kon worden en dat er een groter risico op uitglijden bestond. Om die reden had de supermarkt haar personeel al instructies gegeven om de groenteafdeling vaker schoon te maken en moesten de managers dit ook controleren. Volgens de rechter had de supermarkt, gelet op de kelderluikcriteria,  hiermee voldoende adequate veiligheidsmaatregelen genomen om het vallen van klanten te voorkomen en was deze niet aansprakelijk voor de schade.

In de eerder besproken zaak van de caissière die ten val kwam, komt niet naar voren of er ook een beroep op onrechtmatige daad is gedaan. Wel is vastgesteld dat de exacte toedracht van de val niet duidelijk was. Hierdoor zou een beroep op 6:162 BW met daarbij de toetsing aan de kelderluikcriteria waarschijnlijk ook erg lastig worden.

Het ging in die zaak in hoofdzaak om de veiligheid van werknemers op de werkplek. Door de zorgplicht van artikel 7:658 lid 1 BW geniet de werknemer zeer veel bescherming. Dit betekent dat de werkgever al snel aansprakelijk kan worden geacht in geval van schade bij de werknemer.

Feit of fabel?

Er kan dus geconcludeerd worden dat, onder omstandigheden, de werkgeversaansprakelijkheid ruim uitgelegd moet worden en ook kan gelden op een werkplek buiten werktijd. De stelling van deze nieuwsbrief is dan ook een feit.

Auteur

Willem Jonkman, Senior Specialist verzekeringstechniek

Willem Jonkman auteur